In Memoriam Minke Wagenaar 1956-2026
Wij hebben Minke ruim voordat wij lid werden van A et A leren kennen.
Ellen: Minke leerde ik begin jaren ’80 kennen, toen ik onderzoek deed naar vrouwelijke architecten voor mijn afstuderen.
Peter: wanneer ik Minke voor het eerst ontmoette weet ik niet. Midden jaren 90 zaten wij, beiden lid van de Bond van Nederlandse Architecten, in het bestuur van de Kring Amsterdam.
Daarna zagen wij elkaar bij AetA. Op de excursies en reizen spraken we elkaar langdurig en werden het wel en wee van haar en onze projecten en werkzaamheden besproken. Minke zag heel snel hoe een gebouw in elkaar zat.
Minke was een gedreven architect. Elke opdracht ging gepaard met een diepgaande studie van het programma van eisen en de plek waar het staat of zou komen. Een paar lichten wij er uit.
De aankoop van het huis aan de Bellamystraat nr. 80 leidde tot een studie naar de ontstaansgeschiedenis van de buurt. Die studie, samen met Fred Feddes en Jouke van der Werf, resulteerde in De Bellamy Atlas, de transformatie van een Amsterdamse voorstad.
Minke zag daarbij voor zichzelf een dubbelrol als buurtbewoonster en onderzoeker. Dat is ook te zien in het onderzoek. Zij analyseerde de ruimtelijke structuur van de buurt aan de hand van de aanwezigheid van voordeuren, de Sint Maartenmethode” noemde ze dat.
Met eenzelfde gedrevenheid werd het huis Bellamystraat 80 geanalyseerd, gerestaureerd en uitgebreid met een eigentijds duurzaam houten tweede bouwdeel, dat aan alle moderne comforteisen voldoet.
Minke was er trots op dat zij – het huis is uit 1730- het oudste huis van de straat bewoonde en dat het als gemeentelijk monument was aangewezen.
In de jaren 2006 – 2008 deed zij een onderzoek naar de accommodaties van vrouwenopvang. Zij interviewde daarbij ook veel vrouwen die in de opvang zaten. Dit resulteerde in het boek ‘Van huis en haard’.
In dat boek voegde zij aan een rapport de aanbeveling toe om uit te gaan van een gescheiden opzet van enerzijds zelfstandige wooneenheden en anderzijds gemeenschappelijke ruimtes en ruimtes voor hulpverlening. Accommodatie dus als een vorm van hulpverlening.
Deze aanbeveling werd verankerd in de programmatische opzet van de toekomstige ‘Oranje Huizen’.
Ook aan de verbouwing van houthandel de Vijsel aan de Overtoom ging een grondig onderzoek vooraf. Hoe de houtconstructie van het monumentale pand te behouden en in te zetten als spraakmakend element bij de transformatie van de houtzagerij tot hotel?
Met niet aflatende energie is het haar gelukt dat prachtig voor elkaar te krijgen met volle instemming van Monumentenzorg.
Of zij ontwierp, onderzoek deed, schilderde of foto’s plaatste op Flickr.: alles moest grondig.
Het project, waar ze nu midden in zat, is een onderzoek naar hoe het puin in Rotterdam, na het bombardement van mei 1940, is geruimd en hoe het centrum van de stad is herverkaveld.
In de Kralingse Plassen liggen twee eilandjes die zijn ontstaan toen dat puin ergens gestort moest worden.
Een groot deel is ook gebruikt om voor de ophoging en versteviging van de bodem van de nieuwe IJsselmeerpolders, de grond waarop Minke is geboren.
Dit onderzoek is nu zo plotseling afgebroken.
Wij gaan haar scherpe blik en vriendschap missen!
Ellen van Kessel en Peter Sas