Sinds de ingebruikname van het beroemde door Dudok ontworpen Raadhuis, heeft het Oude Raadhuis aan de Kerkbrink zich langzamerhand ontwikkeld tot Museum Hilversum. Pas laat wordt het museum toegesneden op haar functie. Hans Ruijssenaars voltooide in 2004 de modernisering van het Oude Raadhuis en breidde het uit. De karakteristieke vormen van het Rijksmonument, de bijzondere volumes van de uitbreiding en de alomvertegenwoordigde filigraine materialisering worden ervaren door een uitgekiend spel van daglicht.
Het Goois museum is onderdeel van een het stadshart waaraan Hans Ruijssenaars een decennium lang aan heeft mogen ontwerpen. In drie fases is een ensemble gerealiseerd bestaande uit woningen, winkelruimtes en parkeervoorzieningen. De opgave was een levendig stuk stedelijke ruimte te creëren op een sinds de zeventiger jaren vrijwel lege plek midden in het centrum. Met bijzondere aandacht voor licht, materialisering en detail, is een gebied ontstaan dat naadloos bestaande restanten bebouwing integreert en dat heel zorgvuldig aansluit op omringende stedelijke structuur.
Woningen in de tussen de jaren ‘20 en jaren ‘50 aangelegde wijk Liebergen voldeden niet meer aan de wensen van deze tijd. De wijk is destijds ontworpen onder regie van Dudok. Uitgangspunt van de revitalisatie van deze wijk is het behoud van het karakter. Supervisor Hans Ruijssenaars heeft daartoe een strategie bedacht genaamd ‘Dudok Revisited’. De woningen en de openbare ruimtes worden volgens hedendaagse vereisten ingericht, maar voegen zich naar de context van het Liebergen van Dudok. Voor de nieuwbouw betekent dit dat zij, afhankelijk van de plek in de wijk, geheel volgens de leer van Dudok worden ontworpen of in modernere vorm minimaal het karakter van de wijk weerspiegelen.
Naast zijn eigen woonhuis in Baarn heeft Hans Ruijssenaars een eigen wereld gecreëerd. Aan de rand van het perceel ontwierp hij een atelier waarin hij een balans heeft gezocht tussen omslotenheid en openheid. Een 30 meter lange boekenkast beslaat de dichte noordzijde en de zuidzijde biedt middels glazen puien zicht en toegang op de tuin met terrassen. Licht is een belangrijk medium dat ondermeer de zorgvuldig gedetailleerde houten spanten van het opgetilde dak prachtig tot haar recht laat komen.
Voor dit atelier ontwierp hij een eigen meubellijn. De ruimtelijkheid en de materialisering van het atelier resoneren in de meubels. Deze bestaan uit ranke houten laten die in een stijve verbinding met elkaar gekoppeld zijn. Volgens eigen zeggen een alliantie tussen ‘klassieke Beaux-Art en moderne ruimtelijkheid’.